|
Markt
Het is zaterdagochtend heel vroeg en ik besluit eindelijk weer eens naar de wekelijkse markt te gaan. Normaal gesproken heb ik daar geen tijd voor omdat we op die dag oude gasten uitwuiven, de huisjes in gereedheid brengen en nieuwe gasten verwelkomen.
Vandaag echter sta ik vroeg op zodat ik weer terug zal zijn als de vetrekkende mensen hun boeltje bij elkaar hebben gepakt. De hete augustusmaand is voorbij, de overheerlijke maand september is aangebroken en de natuur ruikt niet langer naar stof en hitte: terwijl ik de voordeur achter me sluit zie ik hoe het Cecinadal nog in nevels baadt, terwijl recht voor me, daar waar het stadje Volterra oprijst, de eerste zonnestralen over de bomen piepen en de Badia (klooster van de Camaldolese orde uit de 11e eeuw) in het licht zetten.
Het is volkomen stil, op een vroege Ape-driewieler na die ronkend richting Volterra rijdt.
Ik neem de Jeep en volg de vroegeling. Bij het Romeins theater vind ik op dit uur makkelijk een parkeerplaats, al ben ik altijd weer verbaasd dat de eerste mensen met tassen en zakken aan hun armen alweer huiswaarts keren. En toch is het pas kwart over zeven.
In de wintermaanden bevindt zich de markt op het grote stadsplein, de Piazza dei Priori, daar waar het in de 13e eeuw begonnen is, nadat de grote palazzi er omheen gebouwd waren. De ruimte die logischerwijze ontstond na de bouw van het stadhuis - Palazzo dei Priori -, het bisschopshuis - Palazzo Vescovile -, de Torre del Porcellino - toren met varkentje - (in de Middeleeuwen gebruikt als gevangenis) en de andere gebouwen, werd het plein. Ik zie het in gedachte gewoon ontstaan: want een plein bouw je niet, een plein ontstaat door wat er omheen gebouwd wordt.
In die tijd zullen er zeker geen jazz festivals en andere optredens geweest zijn, laat staan een koffiebar met vergunning om een terras buiten te mogen neerzetten, dus neem ik aan dat de markt het hele jaar door op de Piazza dei Priori gehouden werd!
Nu is dat anders, nu worden er s zomers zoveel optredens georganiseerd, dat de markt in die periode moet wijken voor tribunes en podia en ook voor de toeristen die er heerlijk op een terras van een cappuccino genieten.
Ik loop naar het Romeins theater waar de zaterdagse markt nu gehouden wordt. Er wordt nog druk uitgepakt: niet iedereen is er al helemaal klaar voor, maar groente en fruit liggen al heerlijk uitgestald in de kramen. Voor mij is de aanblik ervan al vrij normaal, maar ik probeer te kijken met de ogen van al die enthousiaste mensen die bij ons komen en gaan: de overvloed, de kleuren, de omvang, de geuren...wat een rijkdom, wat een overdaad! Er gaat niets boven een èchte tomaat! Om van de rest nog maar te zwijgen.
Bij m’n vaste kraam, waar ik altijd ondervraagd wordt over de kinderen, staat ook onze trouwe Nevetta, m’n schoonmaakhulp, voor haar zaterdagse boodschappen en we lachen naar elkaar: nu hier, straks samen boenen! We kunnen het goed met elkaar vinden en wisselen tijdens het opmaken van de bedden menig recept uit. Wat wordt het vandaag? De kraam heeft nog fiori di zucca - courgettebloemen -, daar maak je een heerlijke pasta van! Over hoe je dat doet, later meer.
Naar de markt gaan doe je niet alleen voor de boodschappen, het is een sociaal gebeuren, het hoogtepunt van de week voordat de zondag begint. Hoe vaak ga ik er ook ’s winters niet heen alleen maar voor de ontmoetingen. Zo doet iedereen dat. Op bepaalde hoeken zie je groepjes mensen staan, de boeren van het land die komen onderhandelen over graan of de opbrengsten bespreken. Je komt de juf van de school tegen, de vriendjes en vriendinnetjes van de kinderen, een moeder waarmee je nog iets mee te bespreken hebt. Zo is het leven hier, op mensenmaat. Het is datgene wat iedereen die bij ons komt altijd verzucht: dat "onthaaste leven" hier, dat missen wij zo in ons eigen land. Het is ook het refrein in ons gastenboek.
En toch hoor je ook zuchten, terwijl je die groepjes mensen voorbij loopt en naar de uitgestalde kleding en schoenen kijkt: dat er nooit eens iets gebeurt in de stad, dat alles altijd maar hetzelfde blijft, er niets verandert. Dat is de andere kant van de medaille. Ik probeer me voor te stellen hoe al die mensen al generaties lang bijeenkomen op zaterdag, klagend over veranderingen die niet van de grond komen. Het zal niet voor niets zijn dat die markt al 700 jaar bestaat.
Bij thuiskomst met een zakje courgettebloemen staan de gasten op het punt te vertrekken.
De wereld heeft de nevel afgeschud en wij beginnen aan een nieuwe dag.
Spaghetti met courgettebloemen maak je zo:
De bloemen kun je beter niet wassen want dan verwateren ze. Het is daarom raadzaam om ze alleen te checken op eventuele mieren die er soms in zitten.
Snij de bloemen klein (in ringen) en gooi het steeltje weg.
Zet een pan water op met wat zout. Als je de (dunne) spaghetti in de pan doet begin je aan de saus: een scheutje olijfolie in de koekenpan, een versnipperd teentje knoflook, wat peperoncino en dan de bloemen erbij. Voeg ook een klontje boter toe, zout en peper. Een handje pijnboompitten en wat rozijnen erbij is ook erg lekker. Laat dit alles maar heel kort op het vuur staan want anders blijft er niets van de bloemen over. Giet vlak voor de spaghetti klaar zijn een scheutje melk toe aan de bloemen, zodat het meer een saus wordt. Je kan ook een beetje crème fraîche toevoegen ipv de melk.
Je giet de spaghetti af en laat ze dan in de sauspan saltare - rondspringen -, zodat de pasta het condimento - de saus - goed opneemt.
Buon appetito!
|
|
|