Volterrans dagboek


Capodanno

Het jaar is vandaag stralend begonnen, de zon schijnt en de lucht is helder blauw, dat belooft veel goeds! We zijn rond het middaguur met de jeep richting Palagione gereden, een statige gerenoveerde villa waar sinds vijftien jaar een cultureel centrum gehuisvest is, om een lekker stuk te lopen. Het weggetje naar de villa toe slingert enige kilometers door het landschap en laat Volterra van een heel andere kant zien. We waren er echt aan toe, na die lange avond aan tafel gisteren waarop we weer veel te veel gegeten hadden!
Op Oudejaarsavond waren we dit jaar bij Roberto en zijn zus Emanuela in "Valle", de vallei aan de noordoostelijke kant van Volterra, die ook wel Valle degli Orti wordt genoemd, - de vallei van de tuintjes -. Gelukkig kennen we er de weg, want je verdwaalt er gemakkelijk tussen alle lapjes grond, olijf- en wijngaardjes, zeker als je er in het donker heen rijdt in een auto beladen met oliebollen en appelflappen. Als echte Hollander blijf ik ze ieder jaar hardnekkig bakken want een naar vet stinkende keuken, ook op de Volterraanse heuvel, hoort nu eenmaal bij Capodanno.
Zelfs in het karige Nederlandse vocabulaire van mijn Italiaan komen de woorden oliebollen en appelflappen al enige jaren voor. Lorenzo en Cosimo gapten de flappen dit jaar tijdens het bakken van de schaal en dat deed mijn Hollandse hart veel plezier!

Stinkend naar vet kwamen we tegen half negen aan bij het huis van Roberto’s ouders waar gewoonlijk niemand woont. Iedere dag dalen de ouders vanuit het stadje af naar hun paradijs. Deze kant van Volterra is zeer groen omdat de zon er alleen in de ochtend schijnt en het er daarom heerlijk koel en vochtig blijft. Om deze reden heet de vallei Valle degli Orti: de groentetuinen staan er allemaal prachtig bij en water ontbreekt er niet. Roberto’s ouders houden hun grote moestuin en wijngaard dagelijks bij en ook de planten en bloemen doen het fantastisch.
Het huis is gebleven zoals het was en zoals de mensen vroeger leefden. Niets is gemoderniseerd of aangepast aan de eisen van vandaag. In de keuken staat een fornuis uit de jaren vijftig waarop nog steeds gekookt kan worden. Inderdaad was het vuur aan toen wij met de oliebollen binnenkwamen en stond er een grote pan water te koken om de zampone op te warmen. Deze varkenspoot is een oudejaarstraditie die door iedereen in ere wordt gehouden, ook al blijkt niemand er echt van te houden! De poot wordt opgediend in een schaal met linzen en mag pas om twaalf uur gegeten worden. De linzen symboliseren het "rollende geld", waarmee een ieder aldus een rijk jaar wordt toegewenst.

In de keuken was het een drukte van belang: iedereen pakte zijn of haar meegebrachte gerechten uit en ondertussen werden er schalen en nog eens schalen met crostini klaargemaakt: met zalm, tonijn, dun gesneden spek, paddestoelenragoût. Er waren quiches met broccoli en spinazie, zuppa alla Volterrana – een dikke groentesoep met witte bonen -, plateau’s met ham, salami en mortadella.
In de woonkamer stond een prachtig gedekte tafel voor 20 man en de kaarsen en standaards die ik meegenomen had zorgden voor de atmosfera nordica zoals iedereen het opgetogen noemde. De kaarsen gaven zoveel licht dat de te hoog opgehangen vijftiger jaren lamp aan het plafond uit kon blijven. Een hele opluchting!
Het gezelschap bestond uit vrienden en neven en nichten van Roberto en Emanuela waarvan ik de helft niet kende, maar het is altijd frappant hoezeer je verbroedert op een avond als deze. Al gauw was iedereen dan ook vrolijk aan het praten en werden er over en weer oprechte complimenten over de hapjes en gerechten uitgewisseld. Daarin zijn Italianen goudeerlijk. In het begin was het wennen voor mij, maar nu begrijp ik met welke intentie iets gezegd wordt. Kritiek is altijd bedoeld als opbouwend. Daarom kan je oprecht tevreden zijn met je werk als er positief op gereageerd wordt.
Halverwege de avond haalde ik van buiten onze meegebrachte gast: een door de kinderen en mij gefabriceerde heks van papier en karton. Niemand had haar in het donker naast de deur zien staan en daarom leek het me beter haar aan de anderen voor te stellen. Ik legde uit dat de heks het oude jaar symboliseerde en dat wij haar om 12 uur zouden verbranden. Iedereen kreeg de opdracht in de loop van de avond op een stukje papier zijn of haar "te verbranden eigenschappen" te schrijven, of te wel, de slechte gewoontes die hij of zij kwijt wilde raken in het nieuwe jaar. De briefjes werden verzameld in de hoed van de heks. Om twaalf ging de heks buiten op in rook en vuur en ontploften de rotjes die ik verstopt had onder haar rokken...en daarmee al die vreselijke gewoontes die je hoopt kwijt te raken....

Een ander spel op de avond was de vraag allemaal een mooi moment uit het afgelopen jaar te vertellen. Deze opdracht was duidelijk moeilijker, want ja, de negatieve momenten zijn toch meestal de dingen die je je het beste herinnert...maar toen de eerste hilariteit en ook angst misschien voorbij was, zag je hoe ieder in zichzelf keerde en voorzichtig met kleine dingen naar voren kwam: Een oma die honderd was geworden....de achttiende verjaardag van een dochter.... de toneelprestatie van een kind in het plaatselijke theater.... het voor het eerst aanraken van de wangen van een zieke oude vader bij het scheren.... het moment waarop het genezen armpje van een zoon uit het gips ging.... Allemaal dingen waar je in het dagelijks leven overheen walst zonder er bij stil te staan dat het belangrijke, emotionele en daarom mooie momenten zijn. Misschien denken we onbewust ook wel dat dit soort momenten niet als mooi horen te worden omschreven omdat "mooi" meer synoniem is voor glitter en glamour...
Het ijs leek gebroken, we konden met elkaar het oude jaar achter ons laten. De heks ging in rook op en rondom de Volterraanse heuvel spoten de vuurpijlen de lucht in.

Na twaalven gingen we over op minder diepzinnige spelletjes, maar daarom niet minder leuk. Eén daarvan was "panforte gooien". Iedereen kent waarschijnlijk wel die ronde koek van noten en gekonfijte vruchten uit Siena, maar niemand zal weten dat er ook mee gegooid kan worden! Zo hard als steen, die gaat niet kapot!
In drie teams werd er geprobeerd de panforte zo ver mogelijk over een lange tafel heen naar de rand te gooien. Uiteraard mocht het ding niet van tafel vallen maar moest er nèt op blijven liggen. Degene die het verste gooide kreeg een punt. Misschien de Italiaanse variant van sjoelbakken...
Tot diep in de nacht werden er woordspelletjes gespeeld, maakten we met elkaar verhalen door om de beurt een woord te noemen dat verband hield met het voorafgaande....en de verhalen werden steeds onsamenhangender naar gelang het later werd. Uiteindelijk gingen we weg, de oliebollenschalen achterlatend: dat kwam morgen wel, het was al zo laat....Inmiddels is het avond en denk ik dat we de schalen misschien toch beter meteen hadden kunnen meenemen...want bij het ophalen vielen ze op de grond en braken....Maar scherven brengen geluk en dat kan geen kwaad op 1 januari.


© 2004 Inger Oosthoek

foto © 2004 Massimo Gentili


Volterrans dagboek